Resultaten

Direct resultaat
NSI hanteert het directe resultaat (huuropbrengsten minus exploitatiekosten, niet doorberekende servicekosten, algemene kosten en financieringskosten) als maatstaf voor de kernactiviteiten en voor het dividendbeleid. 

Het directe beleggingsresultaat over de eerste drie kwartalen 2011 bedroeg € 39,1 miljoen. In de eerste drie kwartalen 2010 bedroeg het directe beleggingsresultaat € 39,6 miljoen, inclusief een eenmalige bate van € 1,2 miljoen. Gecorrigeerd voor deze eenmalige bate in 2010 is het directe resultaat over de eerste drie kwartalen 2011 derhalve € 0,7 miljoen hoger dan het directe resultaat over dezelfde periode in 2010. Dit verschil wordt veroorzaakt door de bijdrage van de twee winkelcentra die in 2010 werden aangekocht en het slotdividend 2010 dat werd uitgekeerd op het 4,99% belang dat NSI in VastNed Offices / Industrial hield.
Het direct resultaat in het derde kwartaal 2011 is gelijk aan het direct resultaat in 2010 over dezelfde periode: € 12,8 miljoen. 

De brutohuuropbrengsten zijn ten opzichte van de eerste drie kwartalen 2010 gedaald, van € 77,8 miljoen in 2010 naar € 77,4 miljoen in 2011. Gecorigeerd voor de hiervoor genoemde eenmalige bate bedroegen de brutohuuropbrengsten in de eerste drie kwartalen 2010 echter € 76,6 miljoen. De brutohuuropbrengsten stegen in het derde kwartaal van 2011 met € 0,2 miljoen ten opzichte van de brutohuuropbrengsten in het derde kwartaal van 2010 (€ 25,5 miljoen) als gevolg van de aankopen van de Sterpassage te Rijswijk in juni 2010, winkelcentrum Zuiderterras eind december 2010 en de winkelunits in winkelcentrum Zuidplein eind februari 2011. 

De nettohuuropbrengsten bedroegen over de eerste drie kwartalen 2011 € 65,3 miljoen ten opzichte van € 66,4 miljoen over de eerste drie kwartalen 2010. Het effect van de eenmalige bate in het eerste kwartaal van 2010 bedroeg € 1,2 miljoen zodat de gecorrigeerde nettohuuropbrengsten over de eerste drie kwartalen 2010 € 65,2 miljoen bedroegen. De nettohuuropbrengsten in het derde kwartaal 2011 waren met € 21,7 miljoen gelijk aan de de nettohuuropbrengsten in het derde kwartaal 2010. 

De exploitatiekosten stegen in de eerste drie kwartalen 2011 (€ 10,8 miljoen) ten opzichte van dezelfde periode in 2010 (€ 10,0 miljoen ) met € 0,8 miljoen als gevolg van hogere onderhoudskosten, verhuurkosten en overige kosten. 

De interestkosten stegen van € 24,6 miljoen over de eerste drie kwartalen in 2010 naar € 24,9 miljoen over dezelfde periode in 2011 vanwege de toegenomen financieringen. De renteniveaus als zodanig daalden.
 

 Huuropbrengsten in Nederland en Zwitserland

 

(x € 1.000)  

t/m 3e kwartaal 2011

 t/m 3e kwartaal  2010

Nederland Brutohuuropbrengsten

71.900

72.778

  Nettohuuropbrengsten

61.195

62.885

Zwitserland Brutohuuropbrengsten

5.489

4.998

  Nettohuuropbrengsten

4.098

3.533



Indirect resultaat
Het indirecte beleggingsresultaat over de eerste drie kwartalen van 2011 bedroeg - € 31,8 miljoen (eerste drie kwartalen 2010: - € 34,3 miljoen). Het indirecte resultaat bestaat naast de gerealiseerde herwaardering (verkoopresultaten op verkochte beleggingen) ook uit ongerealiseerde herwaardering. Deze ongerealiseerde herwaardering heeft betrekking op de wijzigingen in de marktwaarde van de vastgoedportefeuille (- € 18,9 miljoen) en de rentedekkingsinstrumenten (- € 7,7 miljoen). 

De herwaardering van de Nederlandse vastgoedportefeuille bedroeg in de eerste drie kwartalen 2011 - € 18,4 miljoen (de eerste drie kwartalen 2010: - € 22,4 miljoen). De waarde van de Zwitserse beleggingen bleef behoudens koersverschillen gelijk. De waarde van de Nederlandse winkelportefeuille van NSI steeg met € 2,7 miljoen. De waarde van de Nederlandse kantorenportefeuille daalde met € 21,1 miljoen omdat markthuren (en bijbehorende incentives) en bezettingsgraad nog steeds onder druk staan. 
In het derde kwartaal 2011 daalde de waarde van de vastgoedportefeuille met € 6,0 miljoen ten opzichte van een daling van € 6,8 miljoen in het derde kwartaal van 2010. 

De herwaardering van de rentedekkingsinstrumenten was - € 7,7 miljoen over de eerste drie kwartalen van 2011. In de eerste drie kwartalen 2010 was dit nog - € 11,0 miljoen. Na drie achtereenvolgende kwartalen met positieve herwaarderingen van de rentedekkingsinstrumenten was deze herwaardering in het derde kwartaal 2011 € 15,4 miljoen negatief. Dit komt doordat de rente gedurende dit kwartaal sterk daalde. 
 

Klik hier voor het tussentijdsbericht per 30 september 2011